Volgende week. Als dit project af is. Als de kinderen door deze fase heen zijn. Als het op het werk iets rustiger wordt. Dan ga je echt beginnen.
Je bent niet de enige die zo denkt. De meeste mensen die serieus nadenken over hun gezondheid kennen deze redenering. Soms al jaren. En het wrange is: het voelt redelijk. Je wilt het goed doen, niet halfslachtig. Dus wacht je op het moment dat alles meewerkt.
Dat moment komt niet.
De agenda vult zichzelf altijd opnieuw
Niet omdat jij bijzonder druk bent, maar omdat een volle agenda zichzelf in stand houdt. Zodra het ene project klaar is, begint het volgende. Zodra de kinderen door een fase heen zijn, begint er een nieuwe. Werk wordt niet rustiger: het verschuift. Er is altijd iets dat om aandacht vraagt. En dat iets zal er ook zijn als je over twee maanden opnieuw begint te wachten.
Mensen die al jaren fit zijn, hebben niet gewacht tot ze meer tijd hadden. Ze zijn begonnen terwijl het druk was. Niet omdat ze meer wilskracht hebben, maar omdat ze begrepen dat de rust niet éérst komt en de actie daarna. Het werkt andersom.
Wat er ondertussen langzaam verschuift
Het lichaam houdt geen rekening met jouw wachttijd. Spiermassa die je niet gebruikt, neemt langzaam af. De conditie die je tien jaar geleden had, verdwijnt niet in één week, maar ook niet in één jaar. Het gaat geleidelijk. Zo geleidelijk dat je het bijna niet merkt, totdat je op een dag een trap op loopt en denkt: dit was vroeger anders.
Energie werkt hetzelfde. Mensen die weinig bewegen, klagen over vermoeidheid. Mensen die geregeld bewegen, hebben doorgaans meer energie, niet minder. Dat klinkt tegenstrijdig, maar het klopt. Beweging is geen activiteit die energie kost zonder iets terug te geven. Het is een investering die rente uitkeert in precies datgene wat je nodig hebt om de dag door te komen.
Wachten heeft dus een prijs. Die prijs staat alleen niet op je agenda. Je voelt hem in je lichaam, op momenten dat je iets anders aan je hoofd hebt.
Het verschil tussen wachten en bouwen
Er is een fundamenteel verschil tussen iemand die wacht en iemand die bouwt. De wachter wil het goed doen en gelooft dat de juiste omstandigheden daarvoor nodig zijn. De bouwer snapt dat omstandigheden nooit ideaal zijn, maar dat je toch kunt beginnen.
Bouwen betekent niet: alles tegelijk aanpakken. Het betekent: één klein, herhaalbaar iets inbouwen in een week die toch al rommelig is. Twee keer trainen in een week die druk is. Niet vier keer, niet elke dag, niet als het voorbij is. Nu. In deze week.
Het gevolg van kleine, herhaalde stappen is iets wat wachten nooit oplevert: een fundament. Iets wat er al staat als de volgende drukke periode aankomt, en daarna aankomt, en daarna weer.
“De mensen die ik zie volhouden zijn niet de mensen met de meeste tijd. Het zijn de mensen die hebben besloten dat het geen perfecte week hoeft te zijn om toch te trainen.”
Een aanpak die werkt als de week rommelig is
De vraag is niet: wanneer heb ik genoeg ruimte om te beginnen? De vraag is: wat past er in de week die er nu is?
Dat vraagt om een aanpak die niet instort zodra er iets tussen komt. Twee vaste trainingen per week, op tijden die ook kloppen als het druk is. Een schema dat past bij jouw lichaam en jouw doel, niet bij een ideaalplaatje. Begeleiding die bijstuurt als het leven even anders gaat dan gepland, want dat doet het altijd.
Bij The Body Company werken we in kleine groepen, met vaste tijden en met een opbouw die rekening houdt met wat mensen naast hun training nog hebben. Niet omdat we ontzien, maar omdat dat de enige aanpak is die over drie maanden nog staat. En over zes. En daarna.
Je hoeft niet te wachten op rust. Je kunt nu beginnen met bouwen, in de week die er is.


